Eulychnia ritteri Cullm.forma cristata
in het zuiden van Peru. foto: Buining
Het begon al iets te schemeren en er
blies een harde koude zeewind toen we meenden in de verte
Islaya's te zien. Dit bleek inderdaad het geval te zijn
en ook dat dit de gezochte soort was, die aldaar vrij veelvuldig
maar verspreid over een groot terrein voorkwam. Wie schetst mijn
verbazing toen ik naar een wat uitstekende heuvel rende en daar de
door mij destijds gepubliceerde Haageocereus multilcolorispinus
vond. die Akers reeds jaren geleden bij Islaya bicolor
had verzameld. Ritter is van oordeel dat dit slechts een vorm
is van Haageocereus decumbens, wat ik toch wel moet
betwijfelen. Hoe dan ook het was voor mij een bijzonder
verheugende ontdekking naast deze nog al zeldzame Islaya.
Ondertussen was het donker geworden en verkleumd reden we
voorzichtig naar Nazca.
Vanuit dit stadje trokken we door een dal
opnieuw de hoge bergen in. Aanvankelijk was het zeer zeer droog,
maar steeds hoger stijgend langs een gevaarlijk smal soort
weggetje kwamen we van een stralend zonnig gebied, waar we
Weberbauerocereus rauhii, Loxanthocereus clavispinus en
L. hystrix vonden, op ongeveer 1800 meter hoogte,
waar Browningia candelaris, wellicht een vorm of
variëteit daarvan begint, in dichte nevels terecht.