Copiapoa - Living on the Edge
Online Texts

[ home ]   [ Nederlands ]   [ English ]
[ Part I ]   [ Part II ]   [ Part III ]   [ Part IV ]   [ Part V ]   [ Part VI ]  [ Part VII ]   [ Part VIII ]   [ Part IX ]   [ Part X ]
[ Part XI ]   [ Part XII ]   [ Part XIII ]   [ Part XIV ]   [ Part XV ]   [ Part XVI ]   [ Part XVII ]

Succulenta

1972 (1):12-17

Een reis met Friedrich Ritter langs de kustgebieden van Chili en Peru
pt XIV

A. F. H. BUINING

De reis per trein naar Cuzco via Puno aan het Titicacameer op 3810 m hoogte was een belevenis. Op deze plaats zal ik hierover niet uitweiden. Onderweg uit de trein zagen we als cactussen wel sneeuwwitte groepen Tephrocactus floccosus. Rond Cuzco en Pisac verzamelde Ritter nog wat Lobivia's toen mijn vrouw en ik naar Machu Picchu waren. Het waren deels Lobivia corbula en L. pentlandii, deels ons niet bekende species. Samen gingen we op een dag naar Urcos en vonden daar de destijds door Rauh verzamelde Lobivia huilcanote. Na deze machtig interessante reis door het oude Inca-rijk, vertrokken we 19 februari weer van Arequipa naar de kust.

Onvoorstelbaar was de groeiplaats van Islaya divaricatiflora, Pygmaeocereus bylesianus, Haageocereus chalaensis en een Loxanthocereus species.

 Pygmaeocereus bylesianus op 900 m bij Camana, Zuid Peru. foto: Buining

Evenals de wat later gevonden Islaya brevicylindrica groeiden deze planten in vrijwel zuivere pulver van gips. Onze benen waren sneeuwwit tot aan de knieën toen we weer bij de auto waren. Verder noordwaarts gaande, deels langs de kust, vonden we Islaya copiapoides. We waren echt in het Islayagebied aangekomen. Voorbij Ocoña (spreek oconja) maakten we op 300 meter ons nachtleger met zicht op de prachtige blauwe Stille Oceaan tussen de bergen door.

's Morgens bestegen we de dorre droge bergen en vonden daar Islaya glaucescens en opnieuw Haageocereus chalaensis. Wij hielden ons voorlopig aan de Pan Americana en reden berg op berg af, dan weer dicht langs de rotsachtige kust dan weer ver landinwaarts. Dicht bij zee bestegen we een berg waarop groeide de destijds door mij beschreven Loxanthocereus gracilis. Zij groeit daar te samen met Corryocactus brachypetalus. Ook vonden wij de destijds niet door ons beschreven vorm, die later ten onrechte door Backeberg gepubliceerd werd als variëteit nana.

Islaya glaucescens Ritter nom. prov. op 325 hoogte langs de kust in Zuid Peru. foto: Buining

Deze plant was afkomstig van oorspronkelijk door mij van Akers ontvangen materiaal, waarvan de heer Andreae ook had gekregen.

Heel dicht aan de kust stonden heerlijke oude exemplaren van Neoraimondia arequipensis met haar hoogst merkwaardige areolen die als lange dikke vingers uit de ribben steken. Nog wat verder op toonde Ritter ons zijn Haageocereus subtilispinus. Langs de kust zagen wij geregeld klippen die wit waren van de guano, de witte uitwerpselen van de grauwe rotspelikanen.

Loxanthocereus gracilis (Akers et Buin.) Bckbg. op bergen direct langs de kust in Zuid Peru, (op de achtergrond)
met Haageocereus subtilispinus Ritter nom. prov. op de voorgrond. foto: Buining

Neoraimondia arequipensis (Meyen) Bokbg. aan de kust bij Atico, Peru. foto: Buining

Pygmaeocereus familiaris Ritter nom. prov. op dorre heuvels langs de kust in Zuid Peru. foto: Buining

Neoraimondia arequipensis (Meyen) Bckbg. op 1900 m diep in het binnenland  van Zuid Peru. foto: Buining

Deze klippen zijn soms zó dicht bezet met deze vogels dat ze daardoor grauw uitzien. Het is een boeiend gezicht deze vissende pelikanen. De toch nog al vrij zware en iets plomp aandoende vogels zweven een twintig meter boven het water en nemen dan ineens een loodrechte duik naar beneden, de vleugels strak langs het lichaam. Ze verdwijnen geheel onder water en komen dan praktisch altijd met een grote vis in de bek boven, die ze behendig in de lucht werpen en weer opvangen in hun enorme zakbek.

Niet zo ver zuidelijk van Atico komen op dergelijke klippen als enige plaats in dit gebied zeeleeuwen voor. We konden hun gebrul duidelijk horen. In dit gebied groeit ook Islaya grandiflorens. We konden deze dag nog juist Chala bereiken, waar we een primitief onderkomen vonden. Het is in dit gebied langs de kust nog steeds erg droog, maar wat landinwaarts vonden we Armatocereus ghiesbreghtii, de tot 10 meter bij de rotsen neerhangende Trichocereus chalaensis, waar tot onze verrassing ook nog enkele planten van Loxanthocereus gracilis werden gevonden.

Onverwachts houdt Ritter stil bij een volkomen kale wat steenachtige heuvel en begint daarop te zoeken alsof hij daar een naald had verloren. Mijn vrouw die zeer scherp kijkt, ontdekt dan Pygmaeocereus familiaris, waarvan Ritter wist dat ze daar voorkomen. Heel kleine kopjes in vrij grote groepen samengroeiend. Ze gaan geheel schuil onder vrij fijne steenslag.

Armatocereus ghiesbreghtii in het zuiden van Peru, vrij dicht bij de kust. foto: Buining

Islaya paucispina zagen we bij duizenden op dorre heuvels en bergen. De door Backeberg beschreven soort Islaya paucispinosa kan direct met tientallen zogenaamde soorten uitgebreid worden, als men alle kleine verschillen in de daar voorkomende I. paucispina als kenmerken van soorten zou willen zien.

We zochten een hele namiddag tevergeefs naar Eulychnia ritteri tot diep landinwaarts. De volgende morgen doorkruisten we een ander gebied en stuitten toen toch op deze ongetwijfeld mooiste soort uit dit geslacht. Ze heeft rose bloemen, die we konden bewonderen.

De volgende dag gingen we een dal in, dat ons bracht tot op 3300 meter hoogte langs onbeschrijfelijk smalle en slechte weggetjes, waar we telkens aantallen kruisjes zagen staan als teken hoeveel mensen daar per auto afgestort en verongelukt waren. We vonden daar tenslotte Matucana robusta, Tephrocactus alboareolatus, prachtig diep goudkleurig bedoornde Weberbauerocereus fascicularis var. horridus, een heel lang en dikbedoornde vorm van Haageocereus platinospinus en Tephrocactus multiareolatus.

Lager weer in het dal op circa 1300 meter, dicht bij onze overnachtingsplaats vonden we Islaya flavida. Opnieuw gingen we van uit ons nachtleger een zijdal in dat ons weer tot circa 1900 m hoogte diep in de bergen bracht. In dit nog al onbekende dal vonden we Islaya flavida, Mila nealeana, Arequipa spinosissima, Melocactus peruvianus, Loxanthocereus variabilis en een onbekende species van Corryocactus.

Dicht voorbij het dorp, dat dit dal afsloot, de weg of beter gezegd het pad dat verder de bergen in ging was blijkbaar door een wolkbreuk of iets dergelijks volkomen verdwenen en niet meer hersteld, liet Ritter zijn rugzak waarin zijn fototoestel staan. Hij moest dus snel terug met mijn vrouw en vond de rugzak gelukkig weer terug. Zelf ben ik dus maar verder gaan zwerven tot diep in de bergen. Op deze meest zuidelijke plaats van Arequipa spinosissima en ook Melocactus peruvianus, bleek, dat de laatste tot hoog in de bergen veelvuldiger voorkwam, zeker tot 2500 meter, misschien wel hoger.

(wordt vervolgd)

All material, except where otherwise credited, is Copyright
  © 2001-2006 Paul Klaassen
 
---------- end of page ----------