Copiapoa - Living on the Edge
Online Texts

[ home ]   [ Nederlands ]   [ English ]
[ Part I ]   [ Part II ]   [ Part III ]   [ Part IV ]   [ Part V ]   [ Part VI ]  [ Part VII ]   [ Part VIII ]   [ Part IX ]   [ Part X ]
[ Part XI ]   [ Part XII ]   [ Part XIII ]   [ Part XIV ]   [ Part XV ]   [ Part XVI ]   [ Part XVII ]

Succulenta

1971 (6):212 - 216

Een reis met Friedrich Ritter langs de kustgebieden van Chili en Peru
pt XIII

A. F. H. BUINING

Intussen had dit alles ruim een week geduurd, zodat we ruimschoots gelegenheid hadden enige vindplaatsen te bezoeken die ons bijzonder interesseerden In deze absolute woestijngebieden, waar nimmer regen valt en waar slechts zo nu en dan wat zeenevels naar binnen drijven, vonden we Eulychnia aricensis, met veel van de merkwaardige en verrukkelijk ruikende vruchten. Pyrrhocactus aricensis konden we na veel zoeken niet weer vinden. In wat voor omstandigheden Islaya krainziana, als de meest zuidelijk voorkomende soort, groeit is niet voor te stellen.

Browningia candelaris (Meyen) Br. et R.
in het grensgebied van Peru en Chili tussen 2 en 3000 m met mijn vrouw.
foto: Buining

Corryocactus brevistylus (K.Sch.) Br. et R.
op 3100 m in het grensgebied van Peru en Chili.
foto: Buining

Neowerdermannia peruviensis Ritter nom. prov.
 op 3500 m in Zuid Peru. foto: Buining

Diep in de aarde is de grond nog stofdroog. De planten liggen allen zijwaarts afgebogen van de zeewind. Door dit droge gebied gaande, vrij diep de Andes in, zagen we op 3500 m hoogte de eerste onweerswolken sedert onze komst in Chili, ja er vielen zelfs enige regendruppels, maar die kwamen niet verder westwaarts.

Daar zagen we de eerste Browningia candelaris, Oreocereus variicolor, Corryocactus brevistylus, Arequipa hempeliana, Neowerdermannia chilensis, Tephrocactus berteri en T. echinaceus en de nog onbeschreven Haageocereus chilensis, waarvan Ritter nimmer bloem, vrucht en zaad had kunnen verzamelen. Dit keer waren we zo gelukkig deze ontbrekende gegevens wel te kunnen verzamelen.

Eindelijk konden we dan op 7 februari de grens naar Peru overschrijden, waar we echter nog al wat problemen met de politie ondervonden, die echter hoe verder we van het grensgebied kwamen minder werden. Na eerst nog Islaya unguispinus verzameld te hebben reden we door naar Moquegua en van daar hoog de bergen in, waar we voor het eerst stootten op Neoraimondia arequipensis. Een interessante reuzenplant die nog al variabel is en waarvan veel te veel planten als zelfstandige soorten werden beschreven. Weberbauerocereus fascicularis kwam in grote groepen voor en stond nog gedeeltelijk in bloei en werd door kolibries bevlogen.

We moesten in een erg naargeestig armzalig dorp overnachten en trokken de volgende morgen verder de bergen in tot op 3500 meter.

Weberbauerocereus fascicularis (Meyen) Bbg.
op 1900 m hoogte in het zuiden van Peru.
foto: Buining

Islaya islayensis var. minor op 800 m in Zuid Peru. foto: Buining

Hier vonden we Arequipa rettigii, een Trichocereus species, Oreocereus hendriksenianus en de nog niet beschreven Neowerdermannia peruviensis, alsmede een ons onbekende Lobivia species, de tot dusverre meest zuidelijk aangetroffen Lobivia aan de westzijde der Andes. Terug in Moquegua ging het in de richting van Arequipa waar we in een stofdroog woestijngebied vonden Islaya islayensis var. minor, Corryocactus brevipetalus en Trichocereus glaucus. In de Yaya-woestijn ten westen van Arequipa zagen we de halve-maanvormige wandelduinen.

Haageocereus platinospinus Bckbg., op droge, kale, bergen bij Arequipa.
foto: Buining

Dicht voor Arequipa groeit op rotsige berggedeelten Haageocereus platinospinus. Uit de verte zagen we reeds de witbedekte vulkaan Misti. We besloten om in het zomerseizoen niet per auto naar de oude Incastad Cuzco te rijden. In de zomer ontstaan in het hooggebergte dagelijks zeer zware onweersbuien, die dikwijls de wegen volkomen blokkeren. Echter alvorens te gaan verzamelden we nog bij Arequipa Erdisia maihuenia en vruchten van Browningia candelaris. Mijn gedachte dat de laatste een zeldzame plant is bleek niet waar te zijn, ze komt zeer algemeen voor in het zuiden van Peru en het noorden van Chili op hoogten tussen 1800 en 3000 meter.

(Wordt vervolgd)

All material, except where otherwise credited, is Copyright
  © 2001-2006 Paul Klaassen
 
---------- end of page ----------