Copiapoa - Living on the Edge
Online Texts

[ home ]   [ Nederlands ]   [ English ]
[ Part I ]   [ Part II ]   [ Part III ]   [ Part IV ]   [ Part V ]   [ Part VI ]  [ Part VII ]   [ Part VIII ]   [ Part IX ]   [ Part X ]
[ Part XI ]   [ Part XII ]   [ Part XIII ]   [ Part XIV ]   [ Part XV ]   [ Part XVI ]   [ Part XVII ]

Succulenta

1971 (7):177-178

Een reis met Friedrich Ritter langs de kustgebieden van Chili en Peru
pt XI

A. F. H. BUINING

Antofagasta is in verhouding tot de meeste noordelijke kustplaatsen een grote stad, die volop water krijgt uit de hoge Andes via pijpleidingen. Zelfs ziet men buiten de stad op de troosteloze kale geelachtige woestijngrond zo nu en dan volkomen vierkante gedeelten die door permanente besproeiing zijn herschapen in de meest frisse moes- en vruchttuinen. We zijn hier trouwens niet ver meer van de grote natuurlijke Chilisalpeterlagen. Met voldoende irrigatie heeft men hier enorm vruchtbare gronden. Verder naar het noorden igt de havenplaats Tocopilla, de grootste uitvoerhaven van koper van Chili, dat voor koper het grootste uitvoerland is ter wereld.

De bergen zijn in deze gebieden nog al hoog en door de zeer uitgestrekte zand- en leemwoestijnen moeilijk te bereiken. Hier laten de meesten verstek gaan. Mijn vrouw bleef 'thuis' en Ritter en ik maakten een grote bergtoer. Zo bezochten we de enige plek die Ritter kent waar nog één exemplaar van Pyrrhocactus residuus groeit. Na een foto van dit zeldzaam exemplaar genomen te hebben bouwden we er nog een extra rotsbescherming omheen om zoveel mogelijk te voorkomen, dat dit exemplaar door Guanaco's zou worden gevreten. Om op de bergkam te komen moesten we nog een aanzienlijk stuk stijgen, maar tegen 12 uur waren we toch bovenaan, waar we onze meegebrachte lunch gebruikten. Langs een zeer steile flank van deze kam moesten wij zien te komen bij de groeiplaats van Copiapoa boliviana en Pyrrhocactus vexatus, alsmede Eulychnia floresiana.

Dit gebied was alleen te bereiken langs een zeer smal paadje wat uitgelopen was door Guanacos. Toen we op een gegeven moment een merkwaardig zeer hoog gefluit hoorden, vertelde Ritter mij, dat dit de waarschuwingskreet van de Guanacos is. En inderdaad op een gegeven ogenblik zagen we een bruinachtige Lama-soort zich sierlijk voortbewegen over de rotsachtige bergen. Naast deze wilde soort is er een tweede wilde Lama, die Vicuna (uitspreken vicoenja) heet en die wat kleiner en nog sierlijker is. Reeds van oudsher, waarschijnlijk uit de vroeger veelvuldig en wijd verspreide Guanaco, fokten de indianen twee tamme soorten n.l. de Lama en de Alpaca, de eerste werd als lastdier gebruikt, de tweede leverde en levert de Lamawol.

Eulychnia floresiana Ritter op bergen direct aan de kust in Chili. Foto: Buining

Na een lange tocht kwamen wij op het gewenste punt aan en zagen daar grote groepen van de Copiapoa en de schitterende Eulychnia. Naar de door de Guanaco's belaagde Pyrrhocactus vexatus moesten we hopeloos lang zoeken om althans een foto te kunnen maken van deze zo zeldzame plant op haar groeiplaats. Terwijl wij hier mee bezig waren zweefden de eerste enorme Condors boven ons, die ons nauwgezet in de gaten hielden, wellicht hopende op een verongelukken van deze twee menselijke wezens om als buit te dienen.

Intussen begonnen nevels uit zee op te stijgen en landinwaarts te drijven. In een oogwenk was het gebied beneden ons aan het oog onttrokken, zodat het te gevaarlijk werd om hier ergens af te dalen. Er zat niets anders op dan de lange gevaarlijke weg langs de uitgestrekte golvende kam terug te gaan. Eindelijk kwamen wij op de lunchplaats aan en dit keer weigerde ik nogmaals om de steile door losse steenslag zo gevaarlijke afdaling te wagen. Ditmaal hadden we in het afdalende ravijn met tenminste vaste rotspunten meer geluk dan enige weken tevoren, alhoewel er toch nog wel erg moeilijke momenten kwamen.

Vlak voor het donker worden bereikten we de auto en kwamen toen na nog een lange rit bij ons hotelletje in Antofagasta aan. Nog één maal weken we in Chili weer van de hoofdweg af om in Tocopilla te komen, waar we in de bergen naar Copiapoa tocopillana en Eulychnia iquiquensis zochten. De laatste vonden we vrij gemakkelijk, maar de Copiapoa liet verstek gaan. Wel zagen we weer Guanacos, die deze kleine vrij zacht bedoornde Copiapoa waarschijnlijk afgevreten hadden.

Eindelijk aan de top der bergen bij Tocopilla met Eulychnia iquiquensis Ritter.
Foto: Buining

(Wordt vervolgd)

All material, except where otherwise credited, is Copyright
  © 2001-2006 Paul Klaassen
 
---------- end of page ----------