Copiapoa - Living on the Edge
Online Texts

[ home ]   [ Nederlands ]   [ English ]
[ Part I ]   [ Part II ]   [ Part III ]   [ Part IV ]   [ Part V ]   [ Part VI ]  [ Part VII ]   [ Part VIII ]   [ Part IX ]   [ Part X ]
[ Part XI ]   [ Part XII ]   [ Part XIII ]   [ Part XIV ]   [ Part XV ]   [ Part XVI ]   [ Part XVII ]

Succulenta

1970 (10):157-158

Een reis met Friedrich Ritter langs de kustgebieden van Chili en Peru
pt IV

A. F. H. BUINING

Het verzamelen van cactussen in deze woestijngebieden is geheel iets anders dan het botaniseren in Brazilië en dergelijke gebieden waar de natuur veel rijker te voorschijn komt.

Telkens gingen we deze dagen van de grote weg de 'Pan Americana' af, om in de hete eenzame en kale woestijn bepaalde Ritter-planten te zoeken. Hier woont niemand en er is geen enkele mogelijkheid om de voedsel- water- en benzinevoorraden aan te vullen. Dergelijke tochten zijn geenzins van gevaar ontbloot, omdat het vast raken in de vaak mulle zandige gedeelten, het defect raken van de motor of het verdwalen, zeer ernstige gevolgen kan hebben. Op een van deze tochten vonden we een nieuwe species van het geslacht Thelocephala. Door later bekend geworden publicaties van de Japanner Ito bleek, dat deze eerder dan Ritter, officieel het geslacht Chileorebutia als THELOCEPHALA had beschreven. Derhalve moeten bij erkennning van dat geslacht de planten uit deze groep genoemd worden naar het genus THELOCEPHALA. Wij vonden aldaar ook nog Copiapoa coquimbana var. domeykoensis, Pyrrhocactus eriosyzoides var. domeykoensis en een Eriosyce species.

Er was echter geen schijn van kans dat we de grote weg weer konden bereiken, zodat we bij een vervallen indianenhut van een verlaten mijn moesten overnachten. Voor we op de grote weg terug kwamen zagen we grote zodevormige groepen van een Maihueniopsis species. Een eind voorbij een stadje vonden we boven op kale heuvels vol met steengruis, Pyrrhocactus atroviridis en Thelocephala duripulpa.

De verschillende Thelocephala-soorten zijn buitengewoon moeilijk te vinden. De penwortels worden soms tot 30 cm lang, het kopje groeit meestal op een paar cm lang heel dun halsje, dat boven op de veel dikkere penwortel zit. Dit kopje zit echter geheel verscholen onder steengruis of zand. Alleen bij bloei ziet men de bloem en dan weet men dat hier een plant groeit. Doordat Ritter de vindplaatsen van zijn Thelocephala's merkwaardig nauwkeurig kende, hadden wij het grote voorrecht de meeste soorten van deze groep op de natuurlijke vindplaatsen te ontdekken.

Ons kampement bij een verlaten kopermijn in de verre omgeving van Domeyko.
Foto Buining

Steeds verder drongen wij in de Atacama-woestijn door en als wij dan 's avonds stil hielden aan de voet van een flinke berg waarop Thelocephala aerocarpa groeide, dan overlegden we eerst of we nog 'even' eerst naar de top zouden gaan of niet. Ritter zo vlug als een gems ging voorop en als een karrepaard hijgend kwam ik er achter aan. Het was een ellendig zware klimpartij en boven blies een flinke oceaanstorm, zodat we ons nauwelijks op de been konden houden

(wordt vervolgd)

All material, except where otherwise credited, is Copyright
  © 2001-2006 Paul Klaassen
 
---------- end of page ----------