Het verzamelen van cactussen in deze
woestijngebieden is geheel iets anders dan het botaniseren in
Brazilië en dergelijke gebieden waar de natuur veel rijker te
voorschijn komt.
Telkens gingen we deze dagen van de grote weg
de 'Pan Americana' af, om in de hete eenzame en kale woestijn
bepaalde Ritter-planten te zoeken. Hier woont niemand en er is
geen enkele mogelijkheid om de voedsel- water- en benzinevoorraden
aan te vullen. Dergelijke tochten zijn geenzins van gevaar
ontbloot, omdat het vast raken in de vaak mulle zandige gedeelten,
het defect raken van de motor of het verdwalen, zeer ernstige
gevolgen kan hebben. Op een van deze tochten vonden we een nieuwe
species van het geslacht Thelocephala. Door later
bekend geworden publicaties van de Japanner Ito bleek, dat deze
eerder dan Ritter, officieel het geslacht Chileorebutia
als THELOCEPHALA had beschreven. Derhalve moeten
bij erkennning van dat geslacht de planten uit deze groep genoemd
worden naar het genus THELOCEPHALA. Wij vonden aldaar ook
nog Copiapoa coquimbana var. domeykoensis,
Pyrrhocactus eriosyzoides var. domeykoensis en een
Eriosyce species.
Er was echter geen
schijn van kans dat we de grote weg weer konden bereiken, zodat we
bij een vervallen indianenhut van een verlaten mijn moesten
overnachten. Voor we op de grote weg terug kwamen zagen we grote
zodevormige groepen van een Maihueniopsis species.
Een eind voorbij een stadje vonden we boven op kale heuvels vol
met steengruis, Pyrrhocactus atroviridis en
Thelocephala duripulpa.
De verschillende Thelocephala-soorten zijn
buitengewoon moeilijk te vinden. De penwortels worden soms tot 30
cm lang, het kopje groeit meestal op een paar cm lang heel dun
halsje, dat boven op de veel dikkere penwortel zit. Dit kopje zit
echter geheel verscholen onder steengruis of zand. Alleen bij
bloei ziet men de bloem en dan weet men dat hier een plant groeit.
Doordat Ritter de vindplaatsen van zijn Thelocephala's
merkwaardig nauwkeurig kende, hadden wij het grote voorrecht
de meeste soorten van deze groep op de natuurlijke vindplaatsen te
ontdekken.
Ons kampement bij een verlaten kopermijn in de
verre omgeving van Domeyko.
Foto Buining
Steeds verder drongen wij in de Atacama-woestijn
door en als wij dan 's avonds stil hielden aan de voet van een
flinke berg waarop Thelocephala aerocarpa groeide, dan
overlegden we eerst of we nog 'even' eerst naar de top zouden gaan
of niet. Ritter zo vlug als een gems ging voorop en als een
karrepaard hijgend kwam ik er achter aan. Het was een ellendig
zware klimpartij en boven blies een flinke oceaanstorm, zodat we
ons nauwelijks op de been konden houden