Copiapoa - Living on the Edge
Online Texts

[ home ]   [ Nederlands ]   [ English ]
[ Part I ]   [ Part II ]   [ Part III ]   [ Part IV ]   [ Part V ]   [ Part VI ]  [ Part VII ]   [ Part VIII ]   [ Part IX ]   [ Part X ]
[ Part XI ]   [ Part XII ]   [ Part XIII ]   [ Part XIV ]   [ Part XV ]   [ Part XVI ]   [ Part XVII ]

Succulenta

1970 (10):157-158

Een reis met Friedrich Ritter langs de kustgebieden van Chili en Peru
pt III

A. F. H. BUINING

Hoog in deze eenzame wereld moesten we temidden van rotsen en losse steenslag weer in de wagen overnachten. Het ging al aanmerkelijk beter. De volgende dag vonden we nog Trichocereus chilensis var. eburneus, Tr. serenanus, Pyrrhocactus vallenarensis, P. dimorphus, Neoporteria clavata en de variëteit procera, N. microsperma met de variëteit serenana.

Verder weer noordelijk rijdend vonden we de groeiplaats van Neoporteria wagenknechtii met haar prachtige diep donkerrood gekleurde bloempjes. Het merkwaardige is ook hier weer het geval, dat op de meest onverwachte momenten deze betrekkelijk kleine bolvormige cactussen zo in wat rotsspleten of boven op bijna onbereikbare rotsen in ogenschijnlijk volkomen dorre droogte groeien. Uitsluitend door de grote terreinkennis van Ritter vonden wij de meest interessante kleine soorten.

De twee planten zijn Copiapoa coquimbana var. chorosensis Ritter,
de enkele plant Pyrrhocactus simulans, allen op 400 m hoogte.     
Foto Buining

Zelf had ik mij altijd een voorstelling van deze kustgebieden gemaakt als van een wat droog dor strandgebied met op de oostelijke achtergrond de Andesbergen. Maar deze voorgebergten van de Andes komen tot dicht, soms geheel bij de zeekust voor. Des te verder wij noordwaarts reden des te droger werd het en zo waren wij weldra gekomen in de beroemde en beruchte Atacamawoestijn. De zogenaamde 'Pan Americana' asfaltweg ging weer dicht langs de kust, dan weer veel verder landinwaarts, de ene berg op de andere af. Op bepaalde passen vonden we interessante soorten cactussen. Dan weer op een berg op de steile hellingen of in een totaal verdroogd dal van een vroegere rivier of riviertje waar we lange tijd zoeken naar vaak hele kleine plantjes. Zo vonden wij Trichocereus spinibarbis, Copiapoa coquimbana var. chorosensis en Pyrrhocactus simulans. De beide laatsten waren niet van elkaar te onderscheiden zonder bloemen. We moesten dan ook lang zoeken voor we meenden de Pyrrhocactus gevonden te hebben geheel temidden van de Copiapoa. Bij het iets ontbloten van de dikke penwortel, bleek Pyrrhocactus een gele wortel en Copiapoa een grauwe wortel te hebben. Ook het vinden van Pyrrhocactus trapichensis was een hele opgave. Het plantje met de grote dikke penwortel zit totaal verscholen tussen de rotsen of is bedekt met steengruis.

(Wordt vervolgd)

All material, except where otherwise credited, is Copyright
  © 2001-2006 Paul Klaassen
 
---------- end of page ----------