Hoog in deze eenzame wereld moesten we temidden
van rotsen en losse steenslag weer in de wagen overnachten. Het
ging al aanmerkelijk beter. De volgende dag vonden we nog Trichocereus
chilensis var. eburneus, Tr. serenanus, Pyrrhocactus vallenarensis,
P. dimorphus, Neoporteria clavata en de variëteit procera,
N. microsperma met de variëteit serenana.
Verder weer noordelijk
rijdend vonden we de groeiplaats van Neoporteria wagenknechtii
met haar prachtige diep donkerrood gekleurde bloempjes. Het
merkwaardige is ook hier weer het geval, dat op de meest
onverwachte momenten deze betrekkelijk kleine bolvormige cactussen
zo in wat rotsspleten of boven op bijna onbereikbare rotsen in
ogenschijnlijk volkomen dorre droogte groeien. Uitsluitend door de
grote terreinkennis van Ritter vonden wij de meest interessante
kleine soorten.

De twee planten zijn Copiapoa coquimbana
var. chorosensis Ritter,
de enkele plant Pyrrhocactus simulans, allen op 400 m
hoogte.
Foto Buining
Zelf had ik mij altijd
een voorstelling van deze kustgebieden gemaakt als van een wat
droog dor strandgebied met op de oostelijke achtergrond de
Andesbergen. Maar deze voorgebergten van de Andes komen tot dicht,
soms geheel bij de zeekust voor. Des te verder wij noordwaarts
reden des te droger werd het en zo waren wij weldra gekomen in de
beroemde en beruchte Atacamawoestijn. De zogenaamde 'Pan
Americana' asfaltweg ging weer dicht langs de kust, dan weer veel
verder landinwaarts, de ene berg op de andere af. Op bepaalde
passen vonden we interessante soorten cactussen. Dan weer op een
berg op de steile hellingen of in een totaal verdroogd dal van een
vroegere rivier of riviertje waar we lange tijd zoeken naar vaak
hele kleine plantjes. Zo vonden wij Trichocereus spinibarbis,
Copiapoa coquimbana var. chorosensis en Pyrrhocactus
simulans. De beide laatsten waren niet van elkaar te
onderscheiden zonder bloemen. We moesten dan ook lang zoeken voor
we meenden de Pyrrhocactus gevonden te hebben geheel
temidden van de Copiapoa. Bij het iets ontbloten van de
dikke penwortel, bleek Pyrrhocactus een gele wortel en
Copiapoa een grauwe wortel te hebben. Ook het vinden van
Pyrrhocactus trapichensis was een hele opgave. Het plantje met
de grote dikke penwortel zit totaal verscholen tussen de rotsen of
is bedekt met steengruis.