Verderop vonden we Pyrrhocactus horridus,
Trichocereus litoralis, Eulychnia castanea en Neoporteria
subgibbosa. Bij het vallen van de avond stak een krachtige
zeewind op en het was opvallend hoe koud deze was. Dit bleek ook gedurende de
eerste nacht in ons 'hotel': de vrachtruimte van de pickup. Ritter
sliep voor in de cabine en mijn vrouw en ik lagen als haringen in een ton
uitgestrekt tussen de wand vol met tochtige naden en een stapel van enige enorme
reservebanden en onze bagage. Deze eerste nacht viel niet mee, maar
geleidelijk aan bleek later, dat de mens aan vele zaken kan wennen. De volgende
morgen was het onverwacht guur en koud en we waren echt blij toen
de zon haar warme zomerstralen op ons neer zond.
Deze dag bracht ons een groot sortiment aan
cactussoorten. In de kustgebergten kwamen veel Trichocereus skottsbergii voor. Over
een vlakte zonder speciale weg kwamen we aan zee. Op moeilijk te
beklimmen rotsen vonden we de meest zuidelijk voorkomende Copiapoa pendulina.
Weer opnieuw landinwaarts vonden we op een speciale berg de zeer wijd
verbreide Tephrocactus berteri en voorts de volgende interessante soorten,
Trichocereus serenanus, Eulychnia acida, E. castanea, E.
breviflora, Pyrrhocactus setosiflorus var. grandiflora,
Eriosyce ihotzkyana, Copiapoa coquimbana en Neoporteria
litoralis.

Trichocereus litoralis (aan de voorzijde) en
Eulychnia castanea in de duinen direct aan zee.
foto: Buining

Trichocereus skottsbergii bij de kust van de
Stille Oceaan.
foto: Buining
Speciaal de bloemen en de vruchten van
Eulychnia zijn bijzonder interessant. Eerst 's avonds laat
kwamen wij aan in de stad La Serena, waar we een zeer eenvoudig
hotelletje konden vinden. Met de heer Wagenknecht, een vriend van
Ritter aldaar, spraken we af de volgende morgen hem op zijn
kantoor te bezoeken. Daar toonde hij ons een door hem gevonden
zwaar goudgeel bedoornde onbekende Copiapoa. Hij was zo
vriendelijk mij een grote spruit uit de groep mee te geven, die nu
gelukkig in mijn kas staat.
Met Ritter trokken we deze dag in een van de
vele dalen waarvan de rivieren uit de oostelijk gelegen
hooggebergten van de Andes komen. Wij vonden op verschillende
afgelegen plaatsen Copiapoa wagenknechtii, Neoporteria nidus,
Pyrrhocactus jussieui met de variëteit spinosior,
Pyrrhocactus eriosyzoides en heel hoog Eriosyce sandillon.
De bergen zijn hier volkomen kaal en in allerlei tinten okergeel
gekleurd. Men treft praktisch alleen nog cactussen aan. De
kleinere bolvormige kan men alleen maar vinden door vrijwel met de
neus over de grond te gaan en tussen de gaten en spleten van de
rotsen te zoeken.
(Wordt vervolgd)
|